Luuk van Middelaar is a political theorist and historian. The author of the prizewinning The Passage to Europe, he recently published Alarums and Excursions (2019), a groundbreaking account of the Union’s crisis politics.

Zwijgen CDA en VVD over coalitie in Brabant helpt het schreeuwen van FVD in Den Haag

NRC Handelsblad
February 21st, 2020

De Duitse christen-democratie verkeert sinds ‘Thüringen’ in een leiderschapscrisis waar het Nederlandse CDA met wegkijken in Brabant aan hoopt te ontsnappen. Dat zal de partij niet lukken. Voor ‘burgerlijk rechts’ in Europa komt de vraag terug: hoe en op welk punt grenst het zich af van extreem-rechts? Wel of niet met AfD, met Fortuyn-Wilders-Baudet, met Le Pen?

CDU-voorzitter Annegret Kramp-Karrenbauer sneuvelde toen bleek dat ze het gezag miste om de afdeling-Thüringen te weerhouden met de AfD in zee te gaan. Bondskanselier Merkel intervenieerde vanuit het buitenland met „onaanvaardbaar”. Samenwerking met extreem-rechts is voor haar een kwestie die je niet aan een lokale of regionale afdeling overlaat.

Daarentegen deed de Haagse CDA-top de coalitievorming in Brabant tussen CDA, VVD en Forum voor Democratie – met een voorman die ontegenzeggelijk völkische sympathieën heeft – af als een zaak van de provincie. Een laf en ondeugdelijk argument: succesvolle lokale of regionale bestuurservaring verleent flankpartijen extra legitimiteit. Langs die lijn groeiden de Duitse Groenen in statuur en kwam bij ons de SP in beeld als landelijke coalitiepartner. Het zwijgen van CDA en VVD over Brabant faciliteert het schreeuwen van FVD in Den Haag.

Nergens is de terughoudendheid voor samenwerking met uiterst rechts zo groot als in de Bondsrepubliek. Overdreven? Hollandse pragmatici, menend met gedoogakkoorden en houtje-touwtjecoalities hun buren de weg te wijzen, ontwaren in Berlijn een „morele verkramptheid” in de omgang met het verleden. Ja, sinds de episode rond A. Hitler weten de Duitsers hoe nationalistische waanzin je land in korte tijd militair, politiek en moreel aan de grond kan brengen. Dus liever niet nog eens.

Tegelijk biedt die negatieve ervaring geen houvast bij de vragen waar Duitsland en Europa nu voor staan. ‘Nee’ zeggen wint je geen kiezers als zij niet horen welk ‘ja’ je voorstaat. Dat is deze laatste Merkeljaren de makke van het Duitse midden: richtingloosheid, uitstelgedrag, een ideeënvacuüm. Geen wonder dat anderen erop inspringen.

Deze situatie maakt het komende leiderschapsdebat binnen het CDU zeer spannend – en voor het Binnenhof een stukje relevanter dan de Democratische voorkiezingen in de VS. Uiteraard domineert de omgang met extreem-rechts de strijd: geroutineerd conservatief Friedrich Merz wil AfD-kiezers terugwinnen, terwijl centrist Armin Laschet een afgrenzende middenkoers à la Merkel voorstaat. Minister Jens Spahn, derde en jongste uitdager, staat dichterbij Merz.

Deze week meldde zich ook Norbert Röttgen, die als minister door Merkel werd geloosd na een regionale verkiezingsnederlaag, maar die zich heruitvond als gezaghebbend Bondsdaglid. Hij wil het CDU een vleugelstrijd besparen, maar legt nog niet uit hoe.

Na de verkiezing van de partijvoorzitter volgt nog een strijd om het gedeelde CDU/CSU-lijsttrekkerschap, waarnaar – vijfde naam die de ronde doet – vanuit Beieren ook CSU-chef Markus Söder zal meedingen. De vanouds conservatievere CSU-koers op thema’s als identiteit en migratie, die bondskanselier Merkel vanaf 2015 aan de AfD liet, maakt ook Söder een serieuze kandidaat-bondskanselier.

Met tactisch positioneren alleen zal het voor burgerlijk rechts verkeerd aflopen. Kiezers willen een verhaal, een kompas, en dat vraagt een eigen positie. Centrum-rechts laat zich te vaak klemzetten tussen de verlokkingen van de onderbuik („vreedzaam multiculturalisme bestaat niet”) en de verdachtmaking van alle gemeenschapszin als nazisme-in-de-dop. Het moet denkruimte opeisen tussen wereldburgerschap en ophaalbruggen, tussen EU-superstaat en leugenpraat over Hitler en Napoleon, tussen verheven leegheid en cynische platheid.