Luuk van Middelaar is a political theorist and historian. The author of the prizewinning The Passage to Europe, he recently published Alarums and Excursions (2019), a groundbreaking account of the Union’s crisis politics.

Wanneer haalt Berlijn zijn voet van de rem?

NRC handelsblad
November 1st, 2019

De val van de Berlijnse Muur, volgende week dertig jaar geleden, schokt na tot vandaag. De Duitse eenwording, binnen een jaar een feit, wrikte het Europese statenstelsel uit zijn voegen. De boel kwam sindsdien nog niet tot rust. Zelfs Brexit is een naschok van de Mauerfall.

Voor 1989 hielden vier landen elkaar in evenwicht: Frankrijk, West-Duitsland, het VK en Italië, alle met zo’n 60 miljoen inwoners. Italië bleef politiek instabiel. De Britten pasten voor nieuwe integratiesprongen om de Duitse macht Europees in te bedden, zoals de euro (1991) en begonnen hun trage afdrijven. Met de 16 miljoen Oost-Duitsers erbij werd Duitsland onbetwist de grootste. Zo kwam een eind aan de gelijkheid met Frankrijk – symbolische uitdrukking van beider naoorlogse verzoening. Europese uitbreidingen oostwaarts brachten het land ook geografisch in het middelpunt.

Deze macht bleef lang onzichtbaar. De hereniging kostte Duitsland veel energie. Ook hield en houdt de Duitse politieke elite zichzelf in toom, althans dat denkt ze zelf. Argwaan jegens het eigen verleden werkt dempend op initiatief en leiderschap. Maar juist dat begint te wringen. Al in 2011, tijdens de eurocrisis, riep de Poolse buitenlandminister Sikorski uit: „Er is maar één ding dat ik meer vrees dan Duitse macht, en dat is Duits nietsdoen.”

Om twee redenen kon men Sikorski in Berlijn niet verstaan. Ten eerste: blindheid voor de eigen machtsuitoefening. In de Duitse, idealistische opvatting van de EU verdwijnen nationale belangen ten gunste van Europese. Ze worden onzichtbaar. Meer macht voor het Europees Parlement, vanwege bevolkingsgetal gedomineerd door Duitse partijen? Goed voor de Europese democratie. Vluchtelingen verdelen over lidstaten, zoals in de Bondsrepubliek over de Länder? Europese solidariteit. Tegelijk bedrijft Berlijn zeer strategisch Europees personeelsbeleid met Duitsers, vaak van de CDU, op hoge ambtelijke posten. Een ontwikkeling die onder Commissievoorzitster Von der Leyen (CDU) niet zal tanen. Machtsuitoefening zonder deze te erkennen: een recept voor schijnheiligheid.

Loomheid is de andere reden dat Sikorski geen gehoor vond met zijn roep om Duitse actie. Tijdens de Koude Oorlog, met brandpunt Berlijn, was de Bondsrepubliek van alle EU- en NAVO-landen het meest blootgesteld aan gevaar, chantage, dreiging; het was de frontlijn. Inmiddels is het land zo veilig als wat: omringd door partners, voordeel halend uit Europese munt en markt, zonder dreiging van ver of nabij. Een historisch geluk. Het huidige Duitse motto: Leve de status quo. Spaarzin en vergrijzing versterken deze voorzichtigheid, belichaamd door Angela Merkel sinds 2005.

Berlijn oefent de macht uit van de traagheid, de rem. Op zichzelf een nuttige functie, maar je kunt overdrijven. De wereld verandert, er zijn nieuwe dreigingen aan Europa’s buitengrenzen, in het Midden-Oosten, in het conflict tussen de VS en China. Oude bakens vallen weg. Handelingsvermogen is vereist om onze gedeelde belangen, waarden, veiligheid te verdedigen. De Franse president Macron deed najaar 2017 voorstellen, heus niet allemaal goed, maar kreeg uit Berlijn nooit echt antwoord, behalve vertraging en beleefde stilte.

Wil Duitsland de euro, grondslag van zijn exporteconomie, stabiliseren en uitbouwen tot geopolitiek instrument? Kan het fikse begrotingsoverschot in innovatie worden gestoken? Wil het land een serieuze defensie? Of beperkt het zich liever tot wapens exporteren en zich in de handen wringen als ze ook worden gebruikt, zoals door Saoedi-Arabië of Turkije?

Dertig jaar na de schitterende nacht van de Mauerfall is de vraag voor het land zelf en zijn buren: hoe de onmiskenbare Duitse macht, zijn positie en gewicht, om te zetten in kracht, in beweging en handeling, in dienst van de Unie?