Luuk van Middelaar is a political theorist and historian. The author of the prizewinning The Passage to Europe, he now publishes Alarums and Excursions (2019), a groundbreaking account of the Union’s crisis politics.

Minder macht voor Berlijn? Mal sehen

NRC Handelsblad
June 7th, 2019

Na de spetterende Europese verkiezingsuitslag begint het puzzelen om de ‘topjobs’. Het veld ligt open. De twee partijen die vanouds dominant zijn – christen-democraten (EVP) op rechts en sociaal-democraten (S&D) op links – verloren, terwijl groenen, liberalen en nationalisten wel wonnen maar niet de grootste werden. Zodoende speculeert heel Brussel over namen; die van Timmermans en Rutte doen nog steeds de ronde. Maar boeiendste vernieuwing zit nu in het proces. Wie beslist, op welke grond?

Het gaat om vijf banen: de voorzitters van Commissie, Europese Raad en Parlement, de ECB-president en de buitenlandvertegenwoordiger. Vier beginnen pas op of na 1 november. Maar eentje moet snel bekend zijn: op 2 juli, de eerste zittingsdag, kiest het nieuwe Parlement zijn voorzitter, opvolger van Antonio Tajani. Dat is dus de deadline voor het hele pakket. Want alles hangt met alles samen; men streeft geografisch, partijpolitiek en genderevenwicht na.

Het spannendste conflict ligt tussen het Parlement en de Europese Raad inzake het voorzitterschap van de Commissie, de invloedrijkste politieke post. In 2014 zette het Parlement de regeringsleiders klem. Toen haalden de twee grootste partijen samen een meerderheid en hadden lijsttrekkers Jean-Claude Juncker (EVP) en Martin Schulz (S&D) een vriendenpact gesloten: de winnaar zou het worden.

Ondanks aarzelingen schaarden de meeste regeringsleiders zich achter Juncker; twee tegenstribbelaars, de Brit Cameron en de Hongaar Orbán, werden overstemd. Ditmaal staat het parlementsblok minder sterk: een meerderheid vergt drie of vier partijen en voormannen Manfred Weber (EVP) en Frans Timmermans (S&D) vechten elk voor eigen kansen.

Dit biedt ruimte aan de regeringsleiders. Van hun voorzitter, Donald Tusk, hoeft de Commissiebaas niet per se een lijsttrekker (Spitzenkandidat) te zijn. Tusk houdt zich aan de verdragstekst: het gaat om „een gekwalificeerde meerderheid in de Europese Raad en een meerderheid van leden in het Parlement”, zei hij. Zo ontzegde hij de lijsttrekkers een geprivilegieerde status, maar erkende hij tegelijk dat Parlement en Europese Raad er samen uit moeten komen. De regeringsleiders mandateerden Tusk voor een gesprek met het Parlement, als een soort ‘informateur’. Een nieuwe rol.

Ook frappant: de leiders besloten tot voorbesprekingen tussen zes premiers, in drie duo’s: twee christen-democraten, twee sociaal-democraten en twee liberalen (Mark Rutte en de Belg Charles Michel); de grote kanonnen Merkel en Macron houden zich er nog buiten. Hier duiken dus de partijbanden zeer zichtbaar op in het forum van nationale leiders. Dit beproeft het luie idee dat in de EU alle ‘nationale’ politiek tussen regeringen in de Raad plaatsvindt en de partijpolitiek in het Parlement. Alles loopt door elkaar.

Het omgekeerde geldt ook. Het Parlement is een vehikel van Berlijn, vanwege de financiële slagkracht en het demografisch gewicht; Duitsland heeft het hoogste aantal zetels (96). Met de EVP bouwde Helmut Kohl een ongeëvenaarde machtsmachine rond zijn CDU, die Merkel vanaf 2000 heeft onderhouden en benut. Nu hebben drie van de vier centrumpartijen in de coalitiebesprekingen een Duitse fractievoorzitter: Weber (EVP), Udo Bullman (S&D) en Ska Keller (Groenen). Twee van de vier laatste EP-voorzitters waren Duits, net als de secretaris-generaal sinds 2009.

De Europese verkiezingsuitslag beslecht na veertig jaar het parlementaire duopolie EVP en S&D – oftewel CDU en SPD. Maar het betekent dus ook een nederlaag voor Duitsland. Met Manfred Weber zond haar partij een zwakke kandidaat de arena in. Toch is moeilijk voorstelbaar dat voor Merkel, tot nu toe op de achtergrond, het laatste woord daarmee is gezegd. Mal sehen.