Luuk van Middelaar is a political theorist and historian. The author of the prizewinning The Passage to Europe, he recently published Alarums and Excursions (2019), a groundbreaking account of the Union’s crisis politics.

Liberalen zien het niet, maar Polen gaat vooruit

NRC Handelsblad
October 18th, 2019

Zoals verwacht won regeringspartij PiS de Poolse verkiezingen. Uit berichtgeving zou je opmaken dat het land onder Kaczynski en zijn „ultraconservatieve partij” (de Volkskrant) al afglijdt naar fascisme. Er is alle reden tot zorg over onafhankelijke rechters en staatsmedia. Maar de Poolse kiezers marcheren niet massaal achter de nationale vlag, vrijheden vertrappend. Wie het land enkel bekijkt door het prisma van een ‘liberale-democratie-met-lgbt-rechten’ versus autoritair nationalisme, mist twee belangrijke zaken.

Ten eerste won de PiS vooral dankzij haar grootschalig sociaal programma. Ziekenzuster Agnieszka noemt de kinderbijslag van 500 zloty per kind (116 euro) in Die Zeit „de geweldigste verandering die de regering heeft ingevoerd”, voor velen het verschil tussen alleen eten en kleren voor de kinderen of ook een sport en instrument. De Poolse staatskas kan het lijden – met een groei van 5 procent, lage werkloosheid en een staatsschuld onder de Nederlandse –, dus het is voorstelbaar dat Kaczynski er voor 2019-2023 een schepje bovenop beloofde. Toch sprak het commentaar van NRC betuttelend van een „populistische politiek [van] weliswaar dure maar aanspreekbare maatregelen”.

Wat willen we nu? Na communisme en rauwe liberalisering werkt Polen aan een welvaartsstaat naar West-Europees model. Exact de ‘convergentie’ van Oost- en West-Europa die beleidsmakers wensen. Het houdt Poolse chauffeurs en klusjesmannen in eigen land, voorkomt de schrille roep om nieuwe ‘Polenmeldpunten’ en verbetert de concurrentieverhouding aan de ‘onderkant van de arbeidsmarkt’.

Er is nog iets dat de waardenlens ontgaat. De grote verschillen tussen kiezers in de steden (vooral voor de oppositie) en op het platteland (vooral PiS) draaien niet alleen om Verlichting versus conservatisme. Er gaat een vergeten historische breuklijn tussen heren en horigen achter schuil, schreef Ekke Overbeek in De Groene Amsterdammer (22/5). Eeuwenlang waren de Poolse boeren horigen, verkoopbaar met het land. Een vorm van slavernij, bedreven door de adel en pas afgeschaft in 1864 – ongeveer gelijk met de slavery in de VS. Tot vandaag voelen Poolse werklui zich „witte negers”, tweederangsburgers. Ook bracht de horigheid grote gezagstrouw. Een bron van Overbeek: „PiS herstelt hiërarchische verhoudingen, die zowel de machthebbers als veel burgers een gevoel van veiligheid geven.” Dit gegeven verklaart niet alles en verontschuldigt niets, maar het is soms goed te beseffen dat de geschiedenis meer breuklijnen kent dan enkel het in West-Europa steeds ingeroepen ijkpunt ‘1939-1945’.

Dezer dagen zit Donald Tusk zijn laatste Europese Raad voor. De Poolse oud-premier, de eerste uit Midden- en Oost-Europa in een EU-topfunctie, beoogde de belangen en gevoeligheden van zijn achtergestelde regio stem te geven in Brussel. Tusk, in eigen land nu in de oppositie, waarschuwde EU-kringen tegen federalistische miskenning van nationale identiteit, bijvoorbeeld inzake migratie.

Nu benut hij zijn gezag om tot regiogenoten terug te spreken: geen nationale soevereiniteit zonder Europese ordening. Met nationalisme, zo leert de tragische geschiedenis van Midden- en Oost-Europa, maken de kleine naties tussen de Duitse, Russische en Turkse macht zichzelf kapot. Tusks boodschap in Slowakije vorige week: „Men kan de Europese Unie als melkkoe behandelen en haar waarden met een korrel zout nemen. Die houding leidt soms tot binnenlands politiek voordeel, maar is een kortetermijnspelletje. De huidige tijd vraagt van Midden-Europa volwassenheid en strategische ernst.”

Het conflict tussen Warschau en Brussel zal komende jaren draaien om rechtersbenoemingen, maar de onderliggende inzet is de veiligheid in en van Europa. Daar liggen ook de argumenten voor een democratische koers.