Luuk van Middelaar is a political theorist and historian. The author of the prizewinning The Passage to Europe, he recently published Alarums and Excursions (2019), a groundbreaking account of the Union’s crisis politics.

Hoe Xi punten scoort met Britse roofkunst

NRC handelsblad
November 22nd, 2019

Op de zwart-wit foto zie je Britse en Franse soldaten lachend de troon van de Chinese keizer beklimmen. Het is 1860, het puikje van Europese gevechtskracht plundert het schitterende Zomerpaleis nabij Beijing. De soldaten bedienen zich naar hartenlust van porselein, zijde en boeken. Niemand stopt hen; oorlogsbuit hoorde bij de soldij. Toen een Britse journalist omkwam na marteling door de Chinezen, brandden de Britse troepen het Zomerpaleis ook nog af. („Wat zou The Times in Londen over me schrijven”, zei commandant Lord Elgin tegen een Franse collega, „als ik hun correspondent niet zou wreken?”) Deze koloniale misdaad in Beijing staat centraal in het geschiedverhaal dat president Xi Jinping de Chinese natie vertelt. Het is een zwarte bladzijde in de „eeuw van vernedering” door het Westen en Japan, waaraan pas in 1949 dankzij Mao en de Communistische Partij een einde kwam.

Terwijl ze binnenlands dient in een verhaal van vernedering en wederopstanding, past de plunderepisode in het buitenland bij China’s aanspraken als (gegriefde) oude beschaving. Op een staatsbezoek in Athene vorige week steunde Xi van ganser harte zijn Griekse gastheren in hun strijd om het Parthenonfries, een ander episch geval van roofkunst in de Britse koloniale prijzenkast. Vanaf 1801 werd dit oud-Griekse marmerwerk van de Akropolis gehaald door nóg een Lord Elgin, vader van de Zomerpaleisplunderaar. Al jaren eist de Griekse regering de schat terug. Het Britse Museum, dat de ‘Elgin Marbles’ tentoonstelt, beroept zich op een universele missie: „Wij maken kunst uit de hele wereld toegankelijk”.

Stoken in deze Grieks-Britse vete kost Xi Jinping weinig en levert veel op. Geniale zet. Allereerst sympathie van Griekenland, dat met de haven van Piraeus een voornaam bruggenhoofd voor China’s nieuwe zijderoute biedt. Ten tweede frictie in de Brits-Griekse relatie, dus in het Europese front; enige ergernis in het VK, waar China ook veel investeert, neemt Xi kennelijk op de koop toe. Ten derde poseert Beijing zo als wreker van westerse koloniale misdaden, een vertoog waarmee het in heel Afrika, Azië en Zuid-Amerika goede sier maakt.

Met het verhaal van Parthenon en Zomerpaleis doet Xi nog meer: hij portretteert China als beschavingsruimte en ondermijnt zo het westerse, liberale universalisme. In de Griekse krant Kathimerini beklemtoonde de president de overeenkomsten tussen beide landen als twee „oude beschavingen”, onder het motto: jullie hebben Socrates, wij hebben Confucius.

Het denken in termen van beschaving maakt opgang in de duiding van de geopolitiek. Een boek over China als Civilizational State (door Weiwei Zhang) verkocht in het land een half miljoen exemplaren. Xi Jinping boort de culturele onderstroom van het Confucianisme aan om zijn macht te stutten, de moraalfilosofie die van Mao tot en met Deng streng verboden was. Zo ook maakt Vladimir Poetin aanspraak op Oekraïne als deel van het oude ‘Rus’, bakermat van het Orthodoxe christendom. Toen hij de Krim binnenviel moesten de territoriale grenzen van het Westfaalse statenstelsel wijken voor culturele verwantschap. Aan deze nieuwe clash of civilizations (Huntington) zitten twee kanten. Naar binnen toe legitimeert deze de repressie van culturele minderheden en individuele rechten, zoals van de Oeigoeren in Xinjiang. Naar buiten toe opent deze evenwel een ruimte voor pluraliteit. Beschaving komt in het meervoud.

Het universalisme van de mensenrechten wordt in China en elders opgevat als westers neokolonialisme. Dit te erkennen voelt voor ons als een zwaar verlies („onze waarden zijn ook beter voor jullie”). De winst zou liggen in de kans op respect en vreedzame co-existentie tussen grootmachten, niet langer tot op het bot gegriefd.