Luuk van Middelaar is a political theorist and historian. The author of the prizewinning The Passage to Europe, he recently published Alarums and Excursions (2019), a groundbreaking account of the Union’s crisis politics.

God is dood, Nietzsche leeft nu in mijn hoofd

NRC Handelsblad
December 27th, 2019

De beelden zijn levensecht en overrompelend. We zien Friedrich Nietzsche in 1899, het jaar voor zijn dood, in vier korte scènes met zijn zus Elisabeth Förster-Nietzsche. De filosoof is dan al tien jaar ziek; zijn zus verzorgde hem. Hij zit afwisselend op een stoel en een bed. Zij sluit de gordijnen, zet een glas water neer, blikt eenmaal in de camera. Hij beweegt langzaam, zijn linkerhand meest stil, zijn rechterhand onrustig, in één scène traag gebarend als de ziener die hij ooit was. De enorme snor die we van de foto’s kennen en een diepe waanzin in de ogen die je nog niet eerder zo zag, maken duidelijk: dit is hem, Nietzsche leeft. Het ratelen van de camera, de krassen en vlekken op het filmmateriaal vervolmaken de illusie.

Ook ik trapte erin, toen iemand me recent op het materiaal wees. Ongelooflijk, dat dit is opgedoken! Ik dacht beelden van Nietzsche te zien, of liever: Nietzsche zelf. Hoe veranderde het mijn idee van de denker! Ineens was hij niet louter een naam, een bundel gedachten zoals ‘Plato’ of ‘Spinoza’, maar een levend mens. Helaas, vandaag ontdekte ik dat het filmpje nep is. Kunstenares Sabine Schirdewahn maakte het in 2000 dankzij ‘echte’ foto’s uit 1899, twee goed gelijkende acteurs en wat technische trucs. Ter gelegenheid van de honderste sterfdag van de denker was het werk destijds in Weimar en Berlijn te zien, terwijl het nu argeloze YouTube-zwervers in verwarring brengt.

Scherp legt de kunstenares ons verlangen naar authenticiteit bloot. Waarom trapte ik erin? Alles klopte, alles leek geloofwaardig, tot en met de locatie, Nietzsches sterfhuis. De vroegste cinemabeelden dateren uit 1895, dit was kort erna. Ook is bekend dat de ambitieuze Elisabeth de nalatenschap van haar broer Friedrich uitmolk, dus wie weet huurde ze een filmmaker in.

Voel ik me bekocht nu ik weet dat ik een acteur zag die Nietzsche speelde? Dom dat ik onvoldoende weerstand bood aan gezichtsbedrog? Nauwelijks. In de beweging is hij voor mij tot leven gewekt. God mag hij hebben doodverklaard, Nietzsche leeft nu in mijn hoofd.

Van Aristoteles hadden we marmeren koppen, van Erasmus schilderijen en van Nietzsche foto’s. Andersoortige afbeeldingen maar alle statisch. Beweging blaast plots het leven in de representatie – de snor in tegenlicht, die brandende ogen. De sprong van foto naar film is als die van plant naar dier. Vandaar de zorgen over de suggestieve kracht van de modernste deepfaketechniek, die in een handomdraai de Mona Lisa laat wandelen en Poetin teksten van Obama laat uitspreken.

Nietzsche hield zelf van acteren. Zijn diepste gedachten liet hij vertolken door personages, de wijze Zarathoestra voorop. In zijn boek De vrolijke wetenschap is het ‘een dwaze mens’ die zegt dat hij God zoekt, tot hilariteit van de omstanders. „‘Waar God is?’ riep hij. ‘Ik zal het jullie vertellen: Wij hebben hem gedood, – jullie en ik. Wij allen zijn Zijn moordenaars. Maar hoe hebben wij dit gedaan? […] Wie gaf ons de spons waarmee we de hele horizon konden wegvegen?”

Uit zijn nalatenschap: „Wie het grootste niet meer in God vindt, vindt het helemaal niet meer – hij moet het loochenen of scheppen.” Zo nihilistisch was Nietzsche dus niet. Hij voorzag de kritiek op alle zingeving in een wereld zonder hoogste waarde, maar in één moeite ook ons moderne verlangen naar authenticiteit.