Luuk van Middelaar is a political theorist and historian. The author of the prizewinning book The Passage to Europe, he will publish Alarums and Excursions in March (2019), a groundbreaking account of the Union’s new politics, appearing in French as Quand l’Europe improvise (2018).

En nog is Polen niet verloren

En nog is Polen niet verloren

NRC Handelsblad
February 1st, 2018

Toen de Algerijnse islamistische partij FIS in 1991 de verkiezingen had gewonnen, greep het leger in en benoemden de generaals een nieuwe president. Werd de democratie in het land zo verraden of gered? De Franse democratiedenker Claude Lefort veroordeelde de militaire ingreep niet. Het Front Islamique du Salut streefde openlijk naar theocratisch bestuur, minachtte mensenrechten en wilde af van verkiezingen. Mag de democratie haar tegenstanders het zwijgen opleggen? Niet zomaar, zei Lefort, maar als de democratie de macht geeft aan mensen die haar willen opheffen, dan „luidt het antwoord ondubbelzinnig ja!”

Zo klip en klaar als destijds in Algerije liggen de zaken zelden. Zeker in Europa niet. Onze lokale antidemocraten in Hongarije en Polen zijn niet gek; ze passen zich aan de mores aan, spreken democratische woorden, hullen zich in democratisch kleed. Weliswaar controleren ze de media, politiseren ze de rechterlijke macht en pakken ze kritische ngo’s aan, maar critici krijgen toegesnauwd: had je wat? Ik ben toch gekozen?

Dat maakt het moeilijk de vinger overtuigend en onbetwistbaar op de zere plek te leggen. Moet je letten op de aantasting van de rechtsstaat? Dat pad begaat de Europese Commissie in haar zaak tegen Polen. Of zit het in de aantasting van de democratie met haar vrije media? Wellicht de grotere zorg in Hongarije. En kun je democratie en rechtsstaat wel scheiden? Hierover woedt een beschaafd, hoogstaand debat in de recente bundel De strijd om de democratie. Essays over democratische zelfverdediging (uitg. Boom), samengesteld door de Leidse rechtsfilosofen Ellian, Molier en Rijpkema. Het tiental auteurs is weliswaar veelstemmig over de precieze gronden, maar eenstemmig over de kern: de democratie mag, ja móét zichzelf verdedigen. Dat zit in institutionele waarborgen maar uiteindelijk ook in de democratische gezindheid van burgers en leidende figuren. Democratie, zei Lefort al, is een levensvorm.

Lees ook: ‘Polen ontkent zijn verleden’

Viktor Orbán, de Hongaarse premier, provoceert, bruuskeert, maar doet telkens net op tijd een stapje terug om aan Europese straf te ontsnappen. Zo bleef zijn partij, Fidesz, tot vandaag lid van de Europese christen-democratische familie van Merkels CDU en Buma’s CDA – ronduit een schande. Met bravoure omarmde Orbán in 2014 het concept van de „onliberale democratie”: tegelijk een aanval op de liberale mensenrechten en de claim dat Hongarije een democratie blijft. Daar mag hij niet mee wegkomen. Na alle maatregelen sinds 2010 – erdoor geramde grondwetswijzigingen, intimidatie van het Grondwettelijke Hof, benoeming van loyalisten op sleutelfuncties – is het volgens kenners voor de oppositie al onmogelijk om de verkiezingen te winnen. Ondanks de stembusgang op 8 april, is Hongarije dus een onliberale en ondemocratische staat.

De kwesties Polen en Hongarije stellen Europa op termijn voor een groot dilemma. Wat als de dwarsliggers niet in het gareel komen? Velen vinden dat de EU met zulke leden haar geloofwaardigheid verliest. Dit klinkt ferm en is niet onjuist.

In Brussel en Parijs is het grote woord ‘Polexit’ al gevallen. Maar dan. Is het denkbaar Polen eruit te zetten? Polen! Bakermat van de anticommunistische opstanden, sinds eeuwen trotse Europese natie.

Hier doemt een ongekende spanning op tussen de Unie als waardengemeenschap en als club van staten op het continent. Tussen Europa als democratisch baken en als territorium. Het zou mooi zijn als beide grondslagen samenvielen. Maar dat gaat niet vanzelf.