Luuk van Middelaar is a political theorist and historian. The author of the prizewinning The Passage to Europe, he now publishes Alarums and Excursions (2019), a groundbreaking account of the Union’s crisis politics.

Eigen mandaat maakt Timmermans sterker

NRC Handelsblad
July 5th, 2019

De reacties in Duitsland laten zien hoe bijzonder de verdeling van Europese topfuncties ditmaal liep. Angela Merkel glorieerde: met Ursula von der Leyen levert Duitsland voor het eerst sinds 1967 de voorzitter van de Europese Commissie (waarschijnlijk). Maar ging de vlag uit in Berlijn? Nee, dikke ruzie in de coalitie: de SPD wilde ‘onze’ Frans Timmermans op die post – liever een partijgenoot dan een landgenoot. Over dit gebrek aan Duitse blijdschap waren de Franse media dan weer stupéfait.

In de banenslag liepen partijpolitieke en nationale rivaliteiten dwars door elkaar. Leiders die op beide borden schaakten, wonnen. President Emmanuel Macron plantte de Franse vlag bij de ECB in Frankfurt, met Christine Lagarde, en maakte tegelijk samen met premier Mark Rutte hun beider partijgenoot Charles Michel tot voorzitter van de Europese Raad. Zo ook vocht onze premier tot het laatst hard voor zijn landgenoot Timmermans en stak hij niet zelf zijn vinger op voor een post.

Dankzij Rutte heeft de PvdA’er een geweldig startpositie in de nieuwe Brussels verhoudingen. Toch hoor je binnen coalitiepartijen CDA en D66: missie mislukt, geen goud gehaald, dus dan hebben wij ook wel iemand voor Brussel. Een idiote misrekening.

Rutte vertelde na afloop teleurgesteld dat Timmermans „een treetje lager” komt dan gehoopt, alsof het zilver was – en dus geen stap omhoog. Of zelfs gedeeld zilver, want ook liberale voorvrouw Margrethe Vestager krijgt in het banenpakket zo’n vicevoorzitterschap. Het is te formeel gedacht: feitelijk is Timmermans in de pikorde gestegen.

Vergelijk de situatie met 2014. Ook toen werd hij ‘eerste vicevoorzitter’ van de Commissie. Maar destijds haalde Jean-Claude Juncker hem er op eigen titel bij: de goede vriend uit de mijnstreek werd een „rechterhand” van de voorzitter, voor de rotklussen.

Hoe anders is dat nu! Ditmaal heeft Timmermans als sociaal-democratisch voorman een eigen kiezersmandaat. Op die grond is hij door de Europese Raad (en niet door Ursula von der Leyen) aangewezen als een vicepremier van de Brusselse coalitie. Als onbetwist leider van zijn partij staat hij ditmaal sterker binnen de nieuwe Commissie en ook ten aanzien van het EU-Parlement. Sterker dus dan Von der Leyen, die géén eigen kiezersmandaat heeft.

En sterker dan zijn liberale evenknie Vestager, die zich pas in de strijd wierp toen de stembussen al bijna gesloten waren. Timmermans’ publieke campagne is niet voor niets geweest. Ondanks de hoge-hoedkandidatuur van Von der Leyen, een streep door de rekening van het Parlement, doet de impact van de Spitzenkandidaten-procedure zich hier voelen.

Hoe kan Nederland dit persoonlijke gezag van onze man in Brussel omzetten in concrete macht, in ‘een zware portefeuille’? De premier en hijzelf moeten dit komende weken uitonderhandelen, in Brussel, Berlijn en Parijs. Coördinatie van alles rond klimaat en energie is een idee. Op dat thema profileerde kandidaat-Timmermans zich en daar liggen zware onderhandelingen in het verschiet – voor Nederland zeer relevant.

Maar hij kan ook dichter bij zijn hart en ervaring blijven en andere vitale plek opeisen. Met de uitdaging van China en het Amerika van Trump groeit het besef dat Europa zijn economische marktmacht strategischer moet inzetten, zijn industriepolitiek moet moderniseren, economische dadendrang en strategische prudentie beter verbinden. In dat grote debat kan Timmermans excelleren als verbinder van geopolitieke vragen met het dagelijks leven en de waarden van ons als Nederlanders in Europa.